De wantrouwende en tolererende aspecten van onze groepsnatuur

Een vaak gebezigde verklaring is dat mensen groepen moeten vormen hun grondgebied en voedsel tegen andere, concurrerende mensen (ook in groepen) te beschermen. Daarom zien zij leden van andere groepen als tegenstanders en dus bedreigend. Deze verklaring is vanuit de psychologie gebaseerd op het gedrag van chimpansees.

De wantrouwende en tolererende aspecten van onze groepsnatuur
© Pixabay.com

Net als chimpansees?
Maar waarschijnlijk is het niet terecht om mensen met chimpansees te vergelijken. Anne Pisor van de Universiteit van Washington State en Washington State University en Martin Surbeck van Harvard schreven onlangs een artikel over het vermogen van mensen om buitenstaanders binnen groepen toe te laten. Hierin betoogden zij dat mensen een zeer flexibele opvatting hebben van wie bij de groep hoort en wie “buitenstaander” is. Vaak worden mensen die geen lid van de eigen groep zijn, toch op een vriendelijke of neutrale manier benaderd.

Tolerantie en de veranderlijkheid van groepen
Ook worden groepen groter en kleiner bij verschillende gelegenheden. Opvallend is bijvoorbeeld dat in periodes van overvloed groepen groter en toegankelijker worden dan in tijden van schaarste. Dan scheiden individuen zich in kleinere, rivaliserende groepen die primair gericht zijn op de eigen voedselvoorziening. Uitwisseling van leden komt dan nog steeds wel voor, bijvoorbeeld voor onderhandelingen of voor de zoektocht naar “paringspartners”.

Er is dus een flexibele kant van de menselijke natuur, met het vermogen om nieuwelingen in een groep te accepteren. Die kant hoort net zo goed bij onze aard als onze neiging tot competitie, strijd en oorlog.

Strand-tolerantie
Dat we elkaar tolereren zie je bijvoorbeeld ook in de zomer op het strand. Mensen, vreemden voor elkaar, liggen op hun strandstoelen en handdoeken dichter bij elkaar dan onze natuurlijke behoefte aan afstand toelaat. Tijdelijk wordt de nabijheid getolereerd, tot iedereen zich weer terugtrekt in zijn gezin of relatie in de beslotenheid van de eigen auto, de tent of het huis.

Overvol strand
© Pixabay.com

Meer als andere primaten
Volgens Pisor en Surbeck zijn wij mensen zelfs ver-bovengemiddeld tolerante diersoorten. Dit zou samenhangen met onze grotere hersenen en ons vermogen ons snel voort te planten. We zijn daardoor afhankelijk van grote en bewerkelijke voedselbronnen. Daardoor hebben we van oudsher manieren moeten vinden om overweg te kunnen met leden van andere stammen of gemeenschappen.

Wat ons vermogen tot tolerantie betreft lijken we volgens Pisor en Surbeck meer op bonobo’s en andere primaten dan op de chimpansee.
Tussen verschillende bonobo-groepen is bijvoorbeeld ook vreedzame communicatie en zelfs het delen van voedsel waargenomen. Bij bonobo’s kunnen deze ontmoetingen, net als bij mensen, makkelijk een bron van spanning geven. Maar dat tolerante aspect is er dus ook.
Tamarin-apen bleken zelfs verbindingen te vormen met andere diersoorten, waarin ze samen nieuwe manieren vonden om naar voedsel te zoeken. Bavianen vormen in tijden van overvloed grote troepen en slapen dan ook met leden van andere groepen samen.

Het recht van de diplomatiekste
Je zou misschien geloven dat het dappere strijders en oorlogsaanvoerders zijn die de meeste macht hebben. Dit klopt misschien inderdaad in oorlogsperioden. Maar vooral in traditionele samenlevingen blijken de diplomaten en onderhandelaars, kortom diegenen die het beste contacten weten te onderhouden met leden van andere stammen, de hoogste status toebedeeld te krijgen. In oorlogstijd voert dus het op dominantie gericht leiderschap hoogtij (gebaseerd op angst), maar in tijden van vrede is het leiderschap prestige-gebaseerd: leiders die vermogens en vaardigheden te hebben en deze ook goed kunnen uitwisselen en delen.
Pisor en Surbeck beweren ook dat er van oudsher zelfs regels zijn binnen stammen, die erop gericht zijn andere groepen te beschermen (en daarmee de samenwerking veilig stellen). Bijvoorbeeld verboden op stelen of bedriegen met betrekking tot de andere groep.
Dit staat haaks op hoe we dit over het algemeen neigen te zien: denk aan politieke partijen. Vijandigheid en zelfs oneerlijk gedrag naar andere groep worden vaak oogluikend getolereerd in het kader van de-ene-groep-tegen-de-andere.

Tolerantie versus wantrouwen
Het is waar dat we in staat zijn anderen te wantrouwen en vaak zelfs te bestrijden (sla de geschiedenis er maar op na) uit een al dan niet gerechtvaardigde neiging tot zelfbehoud. Toch is het van wezenlijk belang om onze andere kant niet uit het oog te verliezen: onze tolerante kant, die tot diplomatie en verbinding in staat is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.